Arnold Schönberg - Inleiding, jeugd
"Het
is niet allemaal niet goud, wat er niet blinkt" -
Arnold Schönberg
Arnold Schönberg was zeker een musicaal visionair, die de
grondslagen van de muziek zowel in theorie als in de praktijk ondersteboven
haalde. Maar hij was meer dan dat, als we hem nader leren kennen. Ten
eerste zou het fout zijn hem af te schilderen als een dogmatische profeet
van louter dissonante muziek; dat zijn cliché's in de trant van
"Picasso kon niet schilderen". En ten tweede was Schönberg
meer dan een musicus: hij was ook op andere
terreinen actief, met name in het schilderen. Vooral bij imand als
Schönberg is het zinvol naar andere aspecten van zijn leven te
kijken.
Schönberg
werd in 1874 geboren uit een joods echtpaar. Zijn geboortegrond was
de al even joodse Leopoldstadt, het "Mazzesinsel" op het Donau-eiland
(waar ook het Prater ligt en waar een jaar eerder de Wereldtentoonstelling
was). Van moederskant, in Praag, had hij twee neven die operazanger
werden; zijn vader, schoenmaker van beroep, zong in koren. Muziek was
nooit ver: de synagoges met hun gezangen stonden om de hoek, het Prater,
met zijn openluchtconcerten, en de theaters waren eveneens dichtbij.
Maar voor de opera is er geen geld.
Op achtjarige
leeftijd leerde Schönberg vioolspelen, en op zijn negende begon hij
te componeren, maar zijn ontwikkeling stagneerde een tijdlang toen hij,
na de dood van zijn vader, op zijn vijftiende moest gaan werken. Schönberg
verwerkt het verlies van zijn geliefde vader, een romantische vrijdenker,
op typerende wijze, namelijk met een creatieve "stuip". Hij schrijft
gedichten voor zijn nichtje:
... deiner Selbstbewusst
Sollst du, den Kern herausheben,
Nicht auf den äussern Schein nur geben"
De
"kern" in plaats van de "schijn" - dit blijft Schönbergs
leidraad. Ook in zijn muziek.

De jonge Schönberg (cello, midden) met vrienden in pastiche
op een boerenkapel
