Joseph
Maria Olbrich werd geboren in Silezië, nu de Zuid-Westelijke
hoek van Polen, maar toen een deel van het Habsburgse rijk. Hij
studeerde architectuur aan de Weense Kunstakademie en won in zijn
derde jaar aldaar de Prix de Rome. Na een tijdje voor Otto
Wagner te hebben gewerkt reisde hij door Europa. Bij zijn terugkeer
in Wenen hielp hij de Secession op te richten. Aan Olbrich viel
in 1985 de eer toe een eigen gebouw voor de Secession te ontwerpen.
Kapitaal voor deze onderneming kwam van onder meer de industrieel
Hermann Wittgenstein, de vader van Ludwig. Bouwplaats was de plek
waar de net overkapte rivier de Wien de Ringstrasse bereikt.
Olbrich
interpreteerde de opdracht als een vraag om het ontwerp van een
kunsttempel. Het resultaat was dan ook een sacraal gebouw, waarin
Oosterse elementen - de moskee, de mesopotamische bouwkunst - verweven
zijn. De opbouw van de buitenmuren - op natuurstenen sokkels - en
de monumentale, symmetrische ingang staan bol van klassieke symboliek:
dit is een gewijde plek. De tekst boven de entree - "Aan de
tijd haar kunst; aan de kunst haar vrijheid" - laat hierover
geen misverstanden bestaan. De krans van vergulde laurierbladen,
hier weer boven, maakt het af.
Enerzijds
kent het gebouw een functioneel, geometrisch grondplan, zodat de
erin ten toon te stellen kunst beter tot zijn recht zou komen. Verplaatsbare
wanden en invallend, gefilterd daglicht speelden hierin ook een
rol. Anderzijds gebruikt Olbrich gestyleerde natuurlijke vormen
- de lauwerkrans bovenop, de boomjes tegen de zijgevel -om de strengheid
te doorbreken. Met zijn delicate vormentaal en gevoel voor ritme
wil het Secessiongebouw een lust voor het oog zijn, een ode aan
het schone, een Gesamtkunstwerk voor de kunst zelf.

Waar
het Secessionsgebouw nu van grote architectonische waarde wordt geacht,
was het rond 1900 een object voor spot en luim. "Tempel für
Laubfrösche", "Tempel der anarchischen Kunstbewegung",
"Mausoleum", "Ägyptisches Königsgrab",
"Grabmahl des Mahdi", "Zwittergeburt von Tempel und
Magazin" "Kreuzung zwischen einem Glashaus und einem Hochofen"
und "Krematorium" waren enige bijnamen. De koepel werd als
een "Krauthappl" (hap zuurkool) weggezet, en die grap ging
nog het langst mee.

De voorzijde, met deuren gemaakt door Klimt. Links het opschrift
"VER SACRUM" (Heilige Lente), boven:
DER ZEIT IHRE KUNST
DER KUNST IHRE FREIHEIT
In
1899 werd Olbrich, samen met onder meer Peter Berhrens, door de Groothertog
van Hessen uitgenodigd om een Kunstenaarskolonie op te richten in
Darmstadt. De bedoeling van hertog Ernst Ludwig was alle kunstvormen
samen te brengen en te revolutioneren. moderniseren. Op de Mathildenhöhe
kwam zijn eigen, rechthoekige vormentaal pas echt tot bloei. Olbrich
was van 1901 tot 1904 verantwoordelijk voor het totaalconcept van
de kolonie en haar tentoonstellingen. Pioniers van het moderne bouwen,
zoals Frank Lloyd Wright, noemden hem als inspiratiebron. Naast
woonruimten ontwierp Olbrich stations, watertorens, warenhuizen, tuinen,
en nijverheidsprodukten, benevens een aantal paleizen voor de Groothertog.
Olbrich
stierf reeds jong, in 1908, in Düsseldorf, waar hij aan zijn
grootste project, de bouw van het warenhuis Tietz, werkte.
Verder
lezen:
"Olbrichs
Huis van de Secession te Wenen," Bernadette Meiborg (RU Leiden);
"Mathildenhöhe
Darmstadt"
|
|
|
|
|
|
|
|