
Adolf Loos (1870-1933)
Adolf Loos, geboren in Brünn (nu Brno, in Moravië-Tsjechië) studeerde bouwkunde aan de Kaiserlich und Königliche Technische Hochschule in Reichenberg (nu Liberec, in de Bohemen). Nadat hij drie jaar in Dresden aan de Technische Hochschule studeerde werkte hij een aantal jaren in de Verenigde Staten, als metselaar, vloerlegger en afwashulp - maar niet als architect. Hoogstens nam hij er zijn bewondering voor het werk van Louis Sullivan mee terug.
In 1897 begon hij zijn eigen praktijk in Wenen. In de daaropvolgende jaren kreeg hij bekendheid, deels vanwege zijn baanbrekende architectuur, deels vanwege zijn geschriften. Een aantal jaren gaf hij les op verschillende plaatsen in Europa, maar de laatste jaren van zijn leven, vanaf 1928, werkte hij weer in Wenen.Loos is in zijn geschriften en in zijn praktijk een compromisloos voorstander van een rationalistisch, functionalistisch bouwen. In zijn fameuze pamflet "Ornament und Verbrechen" (ornament en misdaad, 1908) stelt hij de zinloze versiering eigenlijk met een misdaad gelijk. Elke constructie die rationeel niet onderbouwd kan worden is overbodig, en moet daarom worden weggelaten. Zuivere geometrische vormen zijn nuttiger en effectiever. Hoe deze "effectiviteit" met menselijke wensen en waarden overeenkwam interesseerde hem nauwelijks.
"... de ontwikkeling van de cultuur gaat gelijk op met de eliminatie van het ornament uit gebruiksvoorwerpen."Adolf Loos, uit Ornament & Verbrechen
Loos onderbouwt zijn argument tegen decoratie met verwijzingen naar de economische en historische achtergronden ervan. Decoratie is een uiting van de primaire menselijke neiging dingen te verfraaien. Het weglaten van decoratie is zijns inziens een stap die nodig is om de menselijke passies te reguleren. Cultuur ontstaat namelijk, volgens Loos, uit de onderdrukking van menselijke passies, en de afwezigheid van ornamentering zou zo de menselijke geesteskracht kunnen versterken. Vanuit deze anti-decoratieve gedachte bekritiseert Loos zowel de negentiende-eeuwse imitatiedrang als de contemporaine design, met name die van zijn aartsvijand Josef Hoffmann.
"De schotels van voorbije eeuwen, die allerlei ornamenten vertonen om pauwen, fazanten en kreeften smakelijker te laten lijken, hebben op mij precies het tegengestelde effect...
Ik word gek als ik door een tentoonstelling van keukengerei loop en denk dat ik word geacht die opgevulde karakassen werkelijk op te eten. Ik eet biefstuk."Adolf Loos, uit Ornament & Verbrechen
De voornaamste betekenis van Loos ligt in zijn keuze voor de eenvoud, in de zuivere esthetiek van zijn geschriften en gebouwen. Loos was zonder meer een visionair, en was zo een voorloper voor veel architecten van de jaren '20 van de twintigste eeuw. Het functionalisme van het Bauhaus, Le Corbusier en het Nieuwe Bouwen, waarin we dezelfde economische vormen en vrijheid van decoratie terugzien, grijpen duidelijk terug op Loos.