Josef Hoffmann (1870 Pirnitz - 1956 Wenen)

vergrössern(andere foto, met refl. bril)

Josef Hoffmanns betekenis voor de Weense architectuur van rond 1900 is onmetelijk groot, zowel voor de architectuur op zich als voor de binnenhuisvormgeving, zowel binnen de Secessionbeweging als binnen de Wiener Werkstätte en de Werkbund. teeds weer duikt zijn naam op, hetgeen hem een van de grote verbindende factoren in het verhaal van Wenen maakt.

Hoffmann studeerde vanaf 1892 in Wien bij Carl von Hasenauer en Otto Wagner aan de Akademie der bildenden Künste. Na een lang verblijf in Italië, mogelijk gemaakt door een »Prix de Rome«, werd hij medewerker van diezelfde Otto Wagner en leerde zo Joseph Maria Olbrich kennen. Hoffmann stichtte in 1897 samen met Klimt, Olbrich, Moll en anderen de »Wiener Secession«. Hij verliet de Secession weer in 1905, als lid van de Klimt-groep, de "stylisten". Het conflict met de traditionelere en minder getalenteerde naturalisten ging over een eventuele rol van de Secession als "vermarkter" van kunst; Hoffmann en Klimt waren vóór.

Al in 1899 werd Hoffmann docent aan de Wiener Kunstgewerbeschule, en maakte zo letterlijk en figuurlijk school. De vormgeving van een ruimte voor de wereldtentoonstelling van Parijs, in 1900, en even later van een eetkamer voor Fritz Wärndorfer, deed zijn ster in de binnehuisarchitectuur rijzen. Met de bouw van meerdere huizen op de Hohe Warte, de na 1900 plotseling populaire Weense buitenwijk, kon Hoffmann voor het eerst zowel het binnen als het buiten vormgeven. Met name het dubbelhuis voor Koloman Moser en Carl Moll is fraai.

 

Met Koloman Moser sticht Hoffmann in 1903 de »Wiener Werkstätte« (zie aldaar), als een vehikel om designartikelen avant-la-lettre op grotere schaal te kunnen ontwerpen, produceren en verkopen. Zijn productie van meubels en gebruiksobjecten voor deze werkplaats is onafzienbaar, mede omdat Hoffmann zijn geesteskind tot aan het (bittere) einde trouw blijft.





Tazza with gitterwerk base c. 1905            
Hammered silver
Marked: JH monogram, WW monogram, WW Rose Mark, Vienna 900 silver assay mark, AW monogram (silversmith Adolf Wertnik)


Loop-handled coupe 1924-25
Handdwrought silvered alpaca
Marked on side of bowl: JH monogram
MADE IN AUSTRIA WIENER WERKSTÄTTE


 

De Werkstätte groeit al snel, mede vanwege de twee grote bouwopdrachten die Hoffmann persoonlijk krijgt, welke beide tot meesterwerken leiden, en waarvoor hij het meubilair door de Werkstätte laat uitvoeren. De eerste grote opdracht is de bouw van het Sanatorium Purkersdorf (1904-1906). Victor Zuckerkandl, ijzer- en staalmagnaat, verwerft de "Wasserheilanstalt samt Kurpark" in 1903, en geeft de opdracht tot de bouw van het sanatorium op instigatie van zijn schoonzuster, de publiciste Bertha Zuckerkandl aan Jozef Hoffmann. Die ontwerpt een langwerpig, horizontaal gericht gebouw, met een sterke symmetrie (bijvoorbeeld in de raampartijen) en een toendertijd opvallend plat dak.

De bijpassende meubilering, zoals gezegd uit de Wiener Werkstätte afkomstig, was deels het werk van Hoffmann, deels van Moser, en maakte het geheel tot een "Gesamtkunstwerk". Na de Tweede Wereldoorlog verdween de originele objecten onder de Russiche bezetting helaas in het niets.


Stoel voor sanatorium Purkersdorf

Niet voor het laatst in de geschiedenis van de Werkstätte werden de geraamde bouwkosten overschreden, zodat er een conflict tussen Hoffmann en Zuckerkandl ontstond (de "Paula-Villa", verderop op het terrein en eveneens behouden, werd dan ook door Leopold Bauer ontworpen). Hoffmanns hoofdgebouw zou echter een voorname plaats gaan innemen in de architectuurgescheidenis, en in het culturele leven van Wenen. Het werd een symbool van de nieuwe wind en een trefpunt voor kunstzinnig en intellectueel Wenen, onder andere Schnitzler, Gustav Mahler, Arnold Schönberg, Hugo von Hoffmannsthal en Kolo Moser verschenen er vaker.

Pas in het laatste decennium van de vorige eeuw werd het sanatorium deels gerestaureerd, hetgeen in elk geval de renovatie van de gevels en de sloop van een later toegevoegde bovenverieping inhield.

Met het Palais Stoclet in Brussel (1905-1911) schiep Hoffmann een tweede Gesamtkunstwerk, en een tweede hoogtepunt van de latere Art Nouveau. Ten eerste zijn er de geheel in stijl doorgevoerde interieurs, inclusief de schilderingen van Gustav Klimt op papier. Ten tweede is er de architectuur zelf. Meteen vallen de vergulde metaalbanden op, die de gevels uit marmerplaten omvatten. Minder in het oog valt het feit dat de buitenkant van het gebouw, het marmer, niet dragend is, enkel als "huid" fungeert. Ook hier schept Hoffmann weer een langwerpig gebouw, deze keer echter niet symmetrisch, en met een toren als doorbreking.

1912 beteiligte sich Hoffmann an der Gründung des sterreichischen Werkbundes. In der Folgezeit wurde sein Stil strenger, wie an der Pfeilerfront des Hauses Primavesi in Wien (1915) zu erkennen war. Für die Werkbundausstellung in Wien 1932 baute er vier Reihenhäuser, bei denen turmartig erhöhte Treppenhäuser mit kubischen Baukörpern abwechseln. Es war ein kurzer Ausflug zum Internationalen Stil, denn für die Biennale in Venedig 1934 konzipierte Hoffmann wieder ein streng neoklassizistisches Gebäude, das dem herrschenden Zeitgeist wohl mehr entgegenkam.

{nog een} purk